Stoute Bekentenis op het Schaduwrijke Kerkhof
Het schaduwrijke kerkhof. Wind ritselt door de bladeren. Ik sta voor zijn grafsteen. Mijn man. Dood. Maar levend in mij. Mijn huid gloeit al. Hart bonst wild. Ik praat tegen hem. Woorden glijden eruit. Onverzadigbaar. Herinneringen borrelen op. Zijn handen op mijn borsten. Hard. Eisenstellend. Mijn kutje trekt samen. Nat. Ik bijt op mijn lip. Bloedrood. De koorts slaat toe. Alles wordt rood. Mijn tepels harden onder de dunne blouse. Wind koestert ze. Ik leun tegen de steen. Koel marmer. Mijn heupen wiegen. Onwillekeurig. Verlangen knaagt. Rauwe honger. Ik wil hem. Nu. Hier. Mijn vingers glijden omlaag. Over mijn buik. Naar de rand van mijn rok. Adem stokt. Hart raast. Razend. Ik kijk om me heen. Schaduwen. Niemand. Maar het gevaar maakt het heter. Ik hijg. Zacht. Tegen hem. ‘Ik mis je pik. Diep in me.’
Mijn rok omhoog. Kousenbanden strak. Vocht sijpelt al. Door mijn slipje. Ik duw het opzij. Vingers raken mijn klit. Elektriciteit schiet door me heen. Ik kreun. Laag. Mijn rug kromt. Tegen zijn naamsteen. Ik ruik de aarde. Nat. Als mijn kut. Herinnering flitst. Zijn tong daar. Gulzig. Ik tril. Hevig. Vingers glijden in. Eén. Twee. Strak. Nat. Ik pomp. Snel. Hart slaat door. Zweet parelt op mijn borst. Blouse plakt. Ik ruk hem open. Borsten springen vrij. Wind likt mijn tepels. Hard. Pijnlijk lekker. Ik praat door. ‘Neuk me. Hard.’ Mijn duim op klit. Cirkels. Razend. Benen spreiden. Over zijn graf. Schaamte smelt. Alleen lust. Totaal. Ik kom dichterbij. Spieren spannen. Adem hapert.
De Koorts
Het vuur ontbrandt. Ik duw dieper. Drie vingers nu. Rekken me. Als hij deed. Wild. Ongebreideld. Mijn kut zuigt ze op. Sappen druipen langs mijn dijen. Ik grom. Dierlijk. Heupen stoten vooruit. Tegen niets. Maar hem voelend. Zijn pik. Dik. Pulsend. Ik knijp mijn ogen dicht. Zie hem. Neukend. Zweet druipt in mijn ogen. Zout. Mijn vrije hand knijpt tepel. Hard. Pijn explodeert in genot. Ik hijg zijn naam. ‘Ja. Dieper.’ Kerkhof stil. Maar mijn kreunen echoën. Gevaarlijk luid. Iemand kan komen. Dat maakt het intenser. Kont klemt. Ik bouw op. Sneller. Vocht klotst. Vingers glijden makkelijk. Klit zwelt. Ontploffing nadert. Mijn hele lijf trilt. Borsten deinen. Zweet stroomt. Ik verlies controle. Schreeuw onderdrukt. Kom. Hard. Golven. Kut pulseert. Sappen spuiten. Over zijn graf. Markeer hem. Mijn man. Ik zink in. Langzaam. Nog nasiddderend.
De as blijft gloeien. Ik leun hijgend op de steen. Huid brandt nog. Hart slaat na. Langzaam. Rok valt terug. Blouse dicht. Maar natheid blijft. Tussen mijn benen. Warm. Ik glimlach. Naar hem. ‘Dat was voor jou.’ Wind droogt mijn zweet. Koel. Maar vuur smeult door. Ik voel hem. Luisterend. Onze liefde. Eeuwig. Voorbij dood. Ik veeg een traan. Gemengd met zweet. Niet alleen rouw. Maar passie. Verslindend. Ik draai me om. Benen slap. Maar voldaan. Iets unieks. Gebeurd. Hier. Bij jou. Tot ooit. Dan echt. Samen. Brandend.
Post Comment