Stoute Bekentenis: Verbodene Hitte in de Diepe Wildernis
Het moteltje ruikt naar stof en prairiegras. De zon bloedt weg achter de heuvels. Daisy’s hand glijdt over mijn dij, heet en dwingend. Myla’s ademhaling versnelt naast ons in de krakende bedden. Mijn pols raast, bloed kookt. Ik voel het: de dam breekt. Daisy leunt naar Myla, lippen raken aan. Hun tongen dansen, nat en gulzig. Mijn pik zwelt, drukt pijnlijk tegen mijn broek. ‘Kom hier,’ fluistert Daisy, ogen wild. Myla’s borsten heffen zich, tepels hard door het dunne shirt. De lucht dik van muskus. Ik slik, hart hamert in mijn keel. Geen weg terug. Verlangen slokt me op, rood en rauw.
Daisy duwt Myla neer op het laken. Kleren scheuren weg. Huid tegen huid, glad en bezweet. Mijn handen grijpen Daisy’s heupen, voelen de hitte pulseren. Myla kreunt, benen spreiden. Daisy’s vingers glijden naar binnen, nat geklots. Myla’s rug kromt, nagels klauwen lakens. Ik ruk mijn broek omlaag, pik springt vrij, kloppend. Daisy zuigt me diep, tong draait razend. Zout zweet druipt. Myla’s geur vult de kamer, zoet en verboden. Ik duw Daisy opzij, duik in Myla. Haar kutje knijpt, heet en glibberig. Stoten diep, botst tegen vlees. Daisy likt mijn ballen, tong dartelt. Hartslag dreunt in mijn oren. Myla gilt, spieren spannen. Ik ram harder, zweet spat. Daisy klimt op Myla’s gezicht, wrijft kreunend. Drie lichamen versmelten, glijden, bonken. Climax bouwt, onstuitbaar. Ik ontplof in Myla, zaad spuit heet. Zij trilt, komt gillend. Daisy volgt, sap druipt op Myla’s kin. We hijgen, lijven trillend verstrengeld.
De Koorts
Rust daalt neer, maar huid gloeit nog. Zweet plakt ons vast. Daisy’s buik warm tegen de mijne. Myla’s vingers strelen loom. Morgen braakt Daisy bij het eten. De oude Indiaanse grijnst: ‘Zwanger.’ Mijn zaad, haar buik. Mike’s vrouw, mijn kind. Lucie’s echo klinkt later: ook zwanger. Partnerwissels vruchtbaar. Thuis wacht Yakapleur’s spoor in de sneeuw. Ik droomde hem vannacht: louve redt hem, net als Daisy mij van eenzaamheid. Zijn totem gromt in mijn borst. Huid koelt, maar vuur smeult. Dit genot, totaal en gevaarlijk, bindt ons. Geen spijt, alleen honger naar meer.
Post Comment