Worden Jeanne: Mijn Rauwe Verlangen in de Donkere Entree
Daar zit ik, in de fauteuil van de entree. Donker. Stil. Mijn hart bonst als een razende trom. De lucht is zwaar van mijn parfum, muskus en verwachting. Ik heb uren in de badkamer doorgebracht. Huid glad, haarloos, glanzend. Poeder op mijn wangen, lippen rood als bloed. Het corset snijdt in mijn vlees, duwt mijn borsten omhoog, mijn taille strak als een wesp. Bas resjatten langs mijn dijen. Hakken die prikken, onbegaanbaar hoog. Menottes knellen mijn polsen, koud metaal bijt in mijn huid. Bandeau over mijn ogen, velours zwart als de nacht. Naakt daaronder, behalve dat. Bloot. Kwetsbaar. Klaar om genomen te worden.
Elke seconde rekt zich uit. Mijn adem hijgt kort. Tepels hard tegen het leer. Tussen mijn benen pulseert het, nat en heet. Ik hoor de klok tikken. Voetstappen buiten? Nee, wind. Mijn vingers friemelen in de boeien, zweet parelt op mijn rug. Ik stel me voor hoe hij binnenkomt. Pierre. Of Hugo? Iemand die Jeanne ziet. Die honger heeft. Die me grijpt zonder woorden. Mijn huid gloeit, vuur onder de oppervlakte. Hartslag dreunt in mijn oren. Ik bijt op mijn lip, proef bloed. Kom. Nu. Neem me.
De Koorts
De deur kraakt open. Luchtstroom raakt mijn benen. Voetstappen zwaar. Adem stokt. Handen op mijn schouders, ruw. Vingers graven in mijn vlees. Ik kreun laag, dierlijk. ‘Jeanne,’ gromt hij. Hugo’s stem, laag en hongerig. Zijn mond op mijn hals, tanden schrapen. Hitte explodeert. Ik ruk aan de ketens, maar hij lacht. Duwt me achterover in de stoel. Hakken bonken op de vloer. Zijn handen scheuren de bas kapot. Koel leer scheurt. Bloot. Open.
Zijn vingers glijden over mijn dijen, ruw, urgent. Dringen binnen. Nat. Ik gil, heupen stoten omhoog. Hart raast, zweet druipt. Hij klemt mijn keel dicht, licht. Adem hapert. ‘Mijn hoer,’ fluistert hij. Ja. Neem me. Zijn riem klikt los. Broek valt. Hard vlees tegen mijn lippen. Ik open wijd, zuig gulzig. Zout, puls. Diep in mijn keel. Tranen onder de bandeau. Hij trekt mijn haar, neukt mijn mond. Braakreflex vecht, maar ik slik. Meer. Alles.
Het Vuur
Hij rukt me omhoog. Draait me om. Tegen de muur. Koude stenen tegen mijn borsten. Billen omhoog. Hij slaat, hard. Huid brandt rood. Ik hijg, smeek. ‘Neuk me.’ Stoot binnen, diep. Scheurt me open. Pijn en genot versmelten. Elke stoot slaat door me heen. Muur trilt. Mijn nagels krassen hout. Zweet plakt ons vast. Zijn handen kneden mijn heupen, blauwe plekken morgen. Hart bonst synchroon met zijn ritme. Sneller. Harder. Ik kom, schreeuwend. Spieren knijpen hem vast. Hij brult, vult me. Warm zaad gutst.
We zakken neer. Op de vloer. Zijn gewicht bovenop. Ademhaling zwaar, nahijgend. Mijn huid tintelt nog, gloeiend. Boeien knellen, een zoete pijn. Hij trekt de bandeau af. Licht prikt. Zijn ogen, donker van lust. Kus, traag nu. Tongen dansen loom. Hartslag zakt, maar pulseert nog laag. Zweet koelt af, plakkerig. Lichaam loom, verzadigd. Ik voel hem wegglijden, zacht. Rust keert. Maar diep vanbinnen smeult het. Jeanne is wakker. Voor altijd. Dit was uniek. Rauwe intensiteit. Gevaarlijk genot. Ik wil meer. Altijd meer.
Post Comment