Mijn Rauwe Overgave aan Hieronimous
Die nacht in de Oasis, diep in de Ardennen, klopte mijn hart als een razende trommel. Hieronimous’ slaapkamer rook naar sandelhout en zweet. De muren ademden zijn kracht, kaarsen flakkerden schaduwen over zijn naakte borst. Hij had me geroepen na zijn visioen in de woestijn. ‘Kom, mijn trouwe boekhouder,’ fluisterde hij, zijn stem een bevel dat mijn lendenen deed samentrekken. Ik stond daar, trillend, mijn huid al gloeiend onder mijn tuniek. Zijn ogen boorden zich in me, donker en hongerig. De jaloezie op mijn vrouw smolt weg. Dit was mijn moment. Mijn erectie drukte pijnlijk tegen stof. Lucht was dik, benauwd. Elke ademhaling versnelde de hitte in mijn buik. Hij reikte uit, zijn vingers gleden over mijn wang, ruw als schuurpapier. Vonken schoten door mijn aderen. Ik hijgde. Bloed bonsde in mijn slapen. Verlangen kolkte op, rood en verslindend. Geen weg terug. Zijn lippen golfden naar mijn oor. ‘Geef je over.’ Mijn knieën knikten. Huid tintelde, klaar om te barsten.
Zijn handen rukten mijn tuniek weg. Naakt vielen we op het bed, lakens nat van zijn nachtzweet. Zijn lichaam drukte op me, zwaar, bezweet, spieren hard als steen. Hartslag tegen hartslag, razend, synchroon. Mond op mond, tongen worstelend, zout en wild. Ik greep zijn rug, nagels in vlees. Hij gromde laag, een beest. Zijn erectie schuurde tegen mijn dij, heet, pulserend. Drukte binnen, traag, me openscheurend. Pijn mengde met extase. Ik schreeuwde, heupen stotend omhoog. Zweet droop, plakte ons vast. Ritme versnelde, beukend, onstuitbaar. Zijn handen knepen mijn billen, bezit nemend. Adem stokte, longen brandden. Elke stoot dieper, harder, mijn prostaat exploderend in vuurwerk. Lichaam schokte, spieren spanden. Zijn tanden beten in mijn schouder, bloed smaakte metaal. Ik klauwde terug, huid openrakkend. Orgasme bouwde, golf na golf. Hij kwam eerst, heet sperma vulde me, overstromend. Ik volgde, spuitend, schokkend, wereld zwart.
De Koorts
We lagen daar, hijgend, huid nog kokend. Zijn gewicht drukte me neer, geruststellend. Zweet koelde traag, plakkerig. Hartslag vertraagde, bonzend echo. Zijn vingers streelden mijn borst, loom nu. Ik voelde me gevuld, gebroken, heel. Geur van seks hing zwaar, vermengd met zijn essence. Ogen sloten, maar sensaties bleven: tintelende huid, zere spieren, voldoening diep. Dit was het offer, de binding. Geen spijt, alleen as van verbrande rede. Zijn fluister: ‘Je bent van mij.’ Ik glimlachte, uitgeput, herboren. De Oasis sliep, maar ik had het vuur gekend. Uniek. Verslindend. Voor altijd.
Post Comment