Stoute Bekentenis: Verloren in de Hitte van een Vreemdeling

De trap kraakt onder onze voeten. Derde verdieping, stoffig Parijs-appartement. Zijn hand grijpt de mijne, trekt me naar binnen. Deur slaat dicht. Hart bonst in mijn keel. Regen tikt tegen het raam, evacuatie buiten, maar hier binnen kookt het al. Hij fouilleert zijn tas, key in slot, kalm, te kalm. Ik sta vastgenageld, blouson nog aan, benen trillend. ‘Mets-toi à l’aise’, mompelt hij. Ik schop mijn bottines uit, tapis chinois onder mijn voeten. Glas in mijn hand, sterk spul, brandt in keel. Hij staart, lippen bijtend, ogen hongerig. Komt dichter, ruik zijn zweet, zijn lust. Hand in mijn haar, zacht, trekkerig. Ik tril, wil vluchten, maar huid gloeit al. ‘Détends-toi.’ Zijn lippen op de mijne, tong duwt binnen, nat, dwingend. Ik sluit ogen, voel zijn handen glijden, onder jurk, op buik. Warmte verspreidt zich, hart raast. Robe omhoog, bh omlaag, tepels hard onder zijn tong. Lik, zuig, bijt zacht. Mijn adem stokt. Collant af, ik help, gooi weg. Mijn hand in zijn broek, voelt hem opzwellen, hard, kloppend. Vasthoudend, strelend, va-et-vient. Zijn vingers in mij, twee, diep, nat. Ik kreun, rood wordt alles.

Zijn tong daalt, tussen mijn dijen. Ik open, laat toe. Likkend, zuigend, duim op clit. Lichaam smelt, zweet parelt. Ik duw zijn hoofd, ritme dictërend. Dan flip ik hem om, op tapijt. Bh weg, borsten vrij. Zip open, pik in mond. Tête-bêche, zijn tong diep, mijn lippen strak om hem. Hampe likken, eikel zuigen. Hij trilt, spant. Mijn vingers kneden ballen, drukken. Hij kreunt, schokt, komt in mijn mond. Zout, pikant, slik ik. Liggend naast elkaar, huid nahijgend, hand op zijn pubis, voel naschokken. Zijn hand op mijn buik, glijdt lager, cirkelt. Kus lang, diep, hij hard weer. ‘À toi.’ Gids zijn pik in mij, langzaam eerst. ‘Plus fort!’ Ramt dieper, ruwer. Monden bijten, nagels in zijn kont, tempo opdrijvend. Benen klemmen, hij stoot, zweet druipt, harten razen. Ik leid, versnel, vertraag, bouw op. Adem hapert, longen branden. Kom samen, hij spuit, ik ontplof, golf na golf.

De Koorts

Nacht gevallen. Kleren aan, rommelig. Gyrophares buiten knipperen. Trap af, haastig. Gare de l’Est omsingeld, RER wacht. Zijn hand op schouder, ik versnel. ‘On se revoit?’ Ik glimlach niet, duw papier in tas. Deur sluit, eindelijk alleen. Huid nog gloeiend, tussenbeenen nat, hart kalmeert traag. Iets unieks, verslindend, gevaarlijk. Weggooien later. Nu nog nasidderen.

Post Comment

You May Have Missed