Mijn Brandende Bekentenis in de Goddelijke Wagen
De wagen schommelt over de stoffige wegen van Hédionnyde. Achter dikke tentures van rood fluweel, afgesloten van de wereld. Thyris’ adem warm tegen mijn nek. Haar vingers glijden lui over mijn dij. Ik voel het al. Die hitte. Die kloppende honger laag in mijn buik. Ze lacht zacht, ondeugend. Trekt haar tuniek omhoog. Bloot been tegen het mijne. Huid op huid. Mijn hart raast. Razend. Ik grijp haar pols. Duw haar hand lager. Ze bijt in mijn oorlel. Hard. Pijn vermengd met vuur. Mijn pik zwelt op. Drukt tegen de stof. Ze voelt het. Wrijft erover. Traag. Plagend. Ik grom. Trek haar dichter. Mond op mond. Tongen strijden. Zout zweet op haar lippen. Haar tepels hard tegen mijn borst. Ik ruk haar tuniek omlaag. Zuigen aan die rozige knoppen. Ze kreunt. Buigt achterover. Haar hand duwt in mijn broek. Omvat me. Strak. Warm. Pompbewegingen. Sneller. Mijn vingers graven in haar billen. Nat. Al nat. Ze druipt. Ik ruik haar. Muskus. Begeerte. Alles rood. Verlangen slokt me op. Ik kan niet wachten. Moet haar nu. Hebben. Nu.
Ze duwt me neer op de kussens. Springt bovenop. Scheurt mijn broek open. Mijn pik staat fier. Pulsend. Ze zakt. Neemt me in haar mond. Heet. Nat. Tong draait rond de eikel. Zuigt hard. Ik grijp haar haren. Duw dieper. Keel. Ze kokhalst. Maar gaat door. Wild. Ik trek haar omhoog. Draai haar om. Op handen en knieën. Billen omhoog. Ik ram erin. Hard. Diep. Ze schreeuwt. Klaagt. Meer. Harder. Ik beuk. Zweet druipt van mijn rug. Haar kut knijpt. Melkt me. Razende hartslag in mijn oren. Klappen van vlees op vlees. Plakkerig. Rauw. Ik bijt in haar schouder. Nagels in haar heupen. Bloedrood. Ze kronkelt. Komt. Spuit. Vocht overal. Ik trek haar haar. Trek haar hoofd achterover. Ram door. Explosie bouwt op. Ballen trekken samen. Ze smeekt. Vul me. Ik brul. Spuit. Heet zaad pompt diep. Trillend. Samen. Verloren in het vuur. Beesten. Totaal.
De Koorts
We zakken in elkaar. Zweetplakkerig. Huid gloeit nog. Hart bonst wild. Haar hoofd op mijn borst. Ademhaling hapert. Rust keert traag. Ik streel haar rug. Vocht koelt af. Plakkerig tussen ons. Haar vingers tekenen cirkels op mijn buik. Stil. Maar de hitte smeult door. Ik kus haar voorhoofd. Zout. Ze zucht. Diepe voldoening. Iets unieks. Goddelijk. De wagen rolt door. Wereld veranderd. Wij ook. Olisbos vergeten. Alleen dit. Rauwe band. Voor altijd gebrand. In vlees en ziel.



Post Comment