Ksénia’s Verslindende Koorts
De bar van het hotel ademde luxe en verboden beloften. Ksénia’s hand lag op de mijne. Warmte pulseerde. Haar vingers streelden. Mijn pols bonsde wild. Ogen vastgehaakt. Blauw ijs smolt tot lava. ‘Viens,’ fluisterde ze. Dat accent sneed door me heen. Stem laag, bevelend. Lichaam reageerde meteen. Broek strak. Hart ramde borstkas. Ik stond op. Volgde haar. Liftdeuren sloten. Ze drukte tegen me aan. Borsten zacht tegen ribben. Adem heet in mijn nek. Geur van muskus en parfum. Vingers gleden over mijn rug. Naar beneden. Greep mijn kont. Drukte harder. Lift piepte. Deur open. Suite donker. Regen kletste tegen raam. Ze trok me naar binnen. Deur sloeg dicht. Mond op mond. Tongen vochten. Handen overal. Haar blouse scheurde open. Knopen sprongen. Bleke huid gloeide. Tepels hard. Ik zoog. Ze kreunde. Diep, rauw. Hand in haar broek. Nat. Gloeiend nat. Ze hijgde. ‘Nu.’ Urgentie brandde. Alles rood. Verlangen kolkte.
Ze duwde me op bed. Kleren vlogen. Naakt. Huid op huid. Zweten al. Haar benen spreidden. Ik duwde binnen. Strak. Heet. Omhullend. Ze kromde. Nagels in rug. Bloed trok. Ik stootte. Hard. Diep. Bed kraakte. Hartslagen donderden synchroon. Haar heupen stegen. Maalden. Klauwden. ‘Harder,’ gromde ze. Ik gaf toe. Versnelde. Zweet droop. Druppelde tussen borsten. Likte op. Zout. Zoet. Ze draaide. Bovenaan. Reed wild. Blond haar zwiepte. Ogen half dicht. Mond open. Kreunen vulde kamer. Mijn handen knepen billen. Trokken haar neer. Dieper. Sneller. Spieren spanden. Piek naderde. Zij eerst. Trilde. Schreeuwde mijn naam. Klemde. Melkte me. Ik explodeerde. Vloeide leeg. Heet. Eindeloos. Lichaam schokte. Samen. Uitgeput. Nog in haar. Pulsend.
De Koorts
We lagen. Huid koelde langzaam. Nog plakkerig van zweet. Haar hoofd op borst. Hartslag zakte. Rustig nu. Vingers streken over buik. Teer. Naweeën tintelden. Ik staarde plafond. Schuld sloop binnen. Muriel. Thuis. Buik rond. Maar dit… uniek. Verslindend. Gevaarlijk. Ksénia zuchtte. Kuste schouder. ‘Mijn liefde.’ Stem zacht. Ik draaide hoofd. Blik ving. Tranen glinsterden. Ze wist. Dit afscheid. Ik stond op. Kleedde. Koude lucht beet. Ze keek toe. Naakt. Kwetsbaar. ‘Adieu,’ mompelde ik. Deur achter me. Trap af. Nacht slokte op. Thuis rook van eten. Muriel sliep. Boeket nog vers. Ik kroop bij haar. Huid warm. Vertrouwd. Maar Ksénia’s hitte brandde door. Nooit vergeten. Die nacht. Mijn stoute geheim.



Post Comment