De Koorts van de Timide Blond
De brasserie gonst van stemmen en glasgekletter. Ik zit aan een tafeltje, robe kort, jarretelles die lonken onder de stof. Escarpins van tien centimeter maken me een kattin op jacht. Mijn ogen glijden over het publiek. Daar, aan de toog, hij. De macho met zijn maten, blikken die me verslinden. Hij denkt dat ik prooi ben. Domme klootzak. Zijn neefje, de timide blond, kijkt weg. Schuw. Die wil ik. Hartslag versnelt al. Bloed kookt.
Hij staat op, biertje in hand, zelfverzekerd. ‘Mag ik zitten?’ Ik wijs hem af. Koel. ‘Jullie spelletje interesseert me niet.’ Zijn maten grijnzen. Pari. Ik wijs naar de blond. ‘Hem wil ik.’ De macho loopt terug, mompelt. Ik laat de ober hem roepen. Rood aangelopen komt hij. ‘Je neef deed geen boodschap?’ ‘Geen vriend, neef. Ik logeer bij hem.’ Zijn ogen vluchten, maar blijven hangen op mijn decolleté. Lucht dik van spanning. ‘Ciné?’ stel ik voor. ‘Of zuipen met die idioten.’ Hij kiest cinema. We glippen het hotel in, uit door de achterdeur. Zijn neef ziet ons ‘binnen’. Perfect.
De Koorts
Film raakt diep. Vrouwen na de oorlog. Tranen prikken. Buiten, op het trottoir, praten we. Woorden vliegen, diep. Honger groeit. Pasta carbonara, tiramisu smelt op de tong. Zijn lach, intelligent, warm. Hand raakt de mijne. Vonken. ‘Laatste glas?’ Hotel. Désiré knipoogt. ‘Cadeau.’ Kamer 23. Deur dicht. Lucht zwaar. Zijn ademhaling versnelt. Mijn huid gloeit al. Hart bonkt in keel. Verlangen rood, alles.
Hij kust traag. Lippen zacht, dan hongerig. Handen glijden over mijn rug. Ritsel van robe. Jarretelles spannen. Ik trek zijn shirt uit. Spieren strak, warm. Zijn hartslag tegen mijn borst. Razend. Duizelig. We vallen op bed. Zijn mond op mijn hals. Hitte explodeert. Benen spreiden. Zijn vingers vinden me. Nat. Klaar. Urgentie knaagt. Neem me. Nu.
Het Vuur
Het Vuur ontbrandt. Hij duwt in. Hard. Diep. Mijn nagels in zijn rug. Zweet parelt. Huid glijdt, kleverig. Ritme wild. Bed kraakt. Mijn kreunen vullen de kamer. Zijn heupen stoten, meedogenloos. Hartslagen synchroniseren, bonzen als trommels. Borsten deinen. Zijn mond zuigt tepels. Pijn en genot mengen. Ik draai bovenop. Rij hem. Hard. Diep. Zijn handen knijpen billen. Druk bouwt. Explosie nadert. Spieren spannen. Schreeuw ontsnapt. Ik kom. Golven. Hij volgt. Heet. Vul me. Trillend. Zweet druipt. Lichaam schokt. Minutenlang. Uitgeput. Verslonden.
De As blijft smeulen. We liggen verstrengeld. Huid koelt langzaam, maar brandplekken blijven. Zijn vingers strelen mijn haar. Zacht. Respectvol. Geen woorden nodig. Genot pulseert na. Ik voel me vol. Levend. Hij kust mijn voorhoofd. Douche samen. Water spoelt zweet weg, maar geur blijft. Beneden lacht Désiré. ‘Super?’ Ik knik. Thuis, bed in. Lichaam loom, voldaan. Célibataire vrijheid. Geen rush. Geen spelletjes. Echte hitte. Ik respecteer mezelf. En hem. Morgen? Wie weet. Maar deze nacht: uniek. Verslindend. Gevaarlijk perfect. (632 woorden)



Post Comment