Stoute Bekentenis: De Wilde Nacht in de Auvergne Hut
De hut in de Auvergne bergen ademde koude eenzaamheid. Regen beukte het dak. Ik zat gebogen over mijn Remington, vingers plakkerig van whisky en frustratie. Hank was net weg, zijn woorden brandden nog na. ‘Plant je mandrin, jongen. Neem de citadel.’ Mijn pik klopte hard tegen mijn broek. Elke slag van de typemachine joeg het vuur hoger. Buiten loeide de wind. Toen: een klop. Hard. Dringend. Ik rukte de deur open. Daar stond zij. Een lokale slet, nat tot op het bot. Zwart haar plakte aan haar nek. Haar blouse doorschijnend, tepels stijf als kogels. Ogen wild, lippen gebarsten. ‘Kan ik schuilen?’ gromde ze. Haar stem rauwe honing. Ik rook haar: aarde, zweet, mos. Mijn hart ramde mijn ribbenkast. Bloed suisde in mijn oren. Ik greep haar arm. Trok haar naar binnen. Deur sloeg dicht. Haar huid gloeide onder mijn vingers. Warm. Levend. Ik duwde haar tegen de muur. Adem heet in mijn gezicht. Mijn handen scheurden haar blouse. Borsten sprongen vrij. Vol. Zwaar. Ik zoog aan een tepel. Hard. Ze kreunde laag. Nagels in mijn rug. Mijn pik zwol pijnlijk. Broek viel. Haar rok omhoog. Geen slip. Natte hitte wachtte. Ik beefde. Verlangen rood als lava. Ze greep mijn ballen. Kneep. ‘Neuk me,’ siste ze. Alles tolde. Redeloos. Ik duwde haar op het bed. Planken kraakten. Haar benen spreidden wijd. Ik viel op haar. Huid tegen huid. Zweet vermengde zich al.
Mijn tong likte haar nek. Zout. Wild. Ze kronkelde. Billen omhoog. Ik ramde naar binnen. Hard. Diep. Haar kutje kneep als een vuist. Strak. Nat. Pulsend. Ik stootte. Razend. Bed bonkte tegen de muur. Haar kreunen vulden de hut. ‘Dieper! Harder!’ Mijn heupen beukten. Zweet droop in haar spleet. Haar nagels trokken bloed. Ik beet in haar schouder. Smaak van vlees. Haar clit zwelde onder mijn vingers. Ik wreef ruw. Ze schokte. Spieren spanden. Mijn pik gleed uit, duwde weer in. Keer op keer. Hartslag donderde. Adem stokte. Ze kwam. Hard. Kutje pulseerde. Melkte me. Ik hield niet stand. Zaad spoot diep. Brandend. Explosie. Lichaam beefde. We grepen elkaar. Vast. Wild. Geen genade. Ik draaide haar om. Op handen en knieën. Billen hoog. Ik ramde van achter. Ballen kletsten. Haar haar in mijn vuist. Trekken. Ze brulde. Nog een orgasme. Ik volgde. Leeg. Uitgeput. Maar hongerig. Tong in haar kont. Likken. Proeven. Ze duwde terug. Mijn pik hard weer. In haar mond. Zuigen. Diep. Keel. Tranen in haar ogen. Ik neukte haar gezicht. Ruw. Sperma op haar tong. Ze slikte. Gulzig.
De Koorts
We vielen neer. Huid plakte. Gloeide nog. Adem hijgde. Hartslag vertraagde traag. Haar hoofd op mijn borst. Zweet koelde af. Koude tocht kroop binnen. Maar binnenin brandde het. Uniek. Verslindend. Gevaarlijk. Ik streelde haar rug. Littekens van leven. Zij mompelde: ‘Wie ben je?’ Ik lachte schor. ‘Brodsky. Geboren in zweet.’ Inspiratie golfde op. Polar-ideeën flitsten. Hank had gelijk. Liefde is verovering. Geen zonsondergangen. Gewoon dit: rauwe hitte. De nacht golfde verder. Morgen? Wie maalt. Dit was echt. Totaal. De as smeulde. Klaar voor meer vuur.



Post Comment