Stoute Bekentenis: De Cravache in de Archiefkelder
De archiefkelder ruikt naar stof en oud papier. Donker, koel, maar mijn huid gloeit al. Ik kniel op een kartonnen doos, bijna naakt. Zwarte kousen spannen om mijn dijen, jarretelles bijten in mijn vlees. De cravache rust op mijn open handen, als een offer. Mijn hart bonkt wild, telkens harder. Ik hoor zijn stappen. De deur klikt dicht, vergrendeld. Zijn ademhaling vult de ruimte, zwaar, hongerig. “Bonjour, Maître,” fluister ik, hoofd gebogen. Mijn kutje klopt al, nat van anticipatie. Bloed raast door mijn aderen, wangen rood van schaamte en lust. Hij pakt de zweep, leer kraakt. Ik beef. Zijn vingers strelen mijn rug, kort, bezitterig. De urgentie hangt in de lucht, dik als zweet. Ik wil hem smeken, maar bijt op mijn lip. Dit is mijn spel, mijn verrassing. Zijn schaduw valt over me heen, dominant, onvermijdelijk. Mijn tepels hard, borsten zwaar. Elke seconde rekt, verlangen bouwt op tot een koorts die me verteert.
Hij commandeert: “Draai je om, toon je kont.” Ik gehoorzaam, op handen en knieën. Billen omhoog, kwetsbaar. De cravache suist door de lucht, landt op mijn huid. Brandend, scherp. Ik gil zacht, maar duw terug, meer. Nog een slag, vlees trilt, rood wordt roodder. Huid gloeit, hitte straalt uit. Zijn hand volgt, knijpt, spreidt. Ik hijg, hart dreunt in mijn oren. Dan zijn pik, hard, dik, duwt tegen me aan. Geen genade. Hij ramt naar binnen, vult me helemaal. Nat, heet, strak. Ik kreun luid, spieren spannen. Hij pompt wild, beukt mijn rode billen met zijn onderbuik. Klappen echoën, zweet druipt. Mijn kutje zuigt hem op, samentrekkend bij elke stoot. Vingers graven in mijn heupen, bezit me. Razende hartslag, zweet plakt ons vast. Ik kom, schreeuwend, lichaam schokt, sappen gutsen. Hij brult, spuit diep, vult me tot overlopen. Weer een golf, hij blijft stoten, melkt elk laatste druppel. Billen branden, binnen pulserend vol.
Post Comment