Stoute Bekentenis: De Nacht Die Mijn Lichaam In Vuur En Vlam Zette
In mijn kleine appartement, op ons versleten bed met lakens die naar ons ruiken. Hij ligt naast me, zijn adem warm tegen mijn nek. Mijn hart bonkt al, razend, als een beest in mijn borst. Ik draai me om, voel zijn huid, heet, vochtig. Mijn vingers glijden over zijn borst, spieren spannen zich. Ogen ontmoeten, hongerig, rood van lust. Ik bijt op mijn lip, voel het pulseren tussen mijn dijen. Zijn hand op mijn heup, knijpt, trekt me dichter. Adem stokt. Lucht dik van zweet en verwachting. Ik wil hem nu, diep, rauw. Tongen vinden elkaar, nat, gulzig. Kleren vliegen weg, huid tegen huid. Mijn tepels hard, schuren tegen hem. Hij gromt laag, hand glijdt lager, vingers vinden mijn nattigheid. Ik kreun, heupen duwen omhoog. Verlangen kookt, alles rood, alles nu.
Zijn mond op mijn borst, zuigt hard, tanden bijten licht. Ik graai in zijn haar, trek hem harder. Lichaam trilt, hitte bouwt op, onhoudbaar. Ik duw hem op zijn rug, klim bovenop. Zijn pik staat rechtop, kloppend, klaar. Ik wrijf erover, voel de hitte, het glijden. Ogen locked, ik laat me zakken, langzaam, hem vullend. Kreun ontsnapt, diep, gutturaal. Heupen rollen, wild, bezitterig. Hij grijpt mijn kont, duwt omhoog, stoot hard. Zweet druipt, lichamen klappen nat tegen elkaar. Mijn klit raakt hem, vonken schieten. Sneller, harder, ritme versnelt. Nagels in zijn schouders, ik rij hem, verlies mezelf. Hij draait me om, bovenop nu, benen wijd. Stoten diep, genadeloos. Ik schreeuw, voel het opbouwen, golf na golf. Monden versmelten, tongen vechten. Hand tussen ons, wrijft mijn knop, duwt me over de rand. Ik kom, exploderend, samentrekkend om hem. Hij volgt, grommend, spuitend diep in me. Trillend, uitgeput, nog steeds verbonden.
De Koorts
Lichamen plakken, zweet koelt langzaam. Hartslag zakt, maar huid gloeit na. Ik lig half over hem, been over zijn heup. Zijn vingers strelen lui mijn rug, teerder nu. Adem kalmeert, maar echo van genot hangt. Ik voel hem nog in me, zacht wordend. Ogen dicht, geniet de nasleep. Wereld stil, alleen wij. Geen woorden nodig, dit is ons. Uniek, verslindend. Morgen komt, maar nu rust in as van vuur. Ik zucht, diep voldaan. Dit heb ik verdiend, na al die jaren. Zijn lippen kussen mijn voorhoofd, zacht. Slaap kruipt nader, met belofte van meer. Mijn lichaam zoemt, herschreven door hem.
Post Comment