Stoute Bekentenis: Mijn Tong Tussen Haar Dijen in het Restaurant
Het restaurant. Donker hoekje, nappe lang en zwaar. Mijn hart bonst als een razende drum. Virginie zit daar, jeans strak, pull blauw als een natte droom. Haar gezicht: madonnehuid, lippen vol, ogen ondeugend. Ik kook vanbinnen. Bloed raast door mijn aderen, tepels hard tegen mijn nieuwe balconnet. Niks eronder, string mauve snijdt in mijn bil. Ik heb haar gebeld. Uitgescholden chagrijn omgesmeed tot vuur. Nu zit ik hier, hongerig, niet naar eten.
Ze vraagt waarom. Ik hakkel. Valse start over Bernard, de cave, mijn wraakneuk met haar gode. Maar diep vanbinnen: zij. Haar beeld brandt in mijn kop. Die tepels, dat port. Ik beken. ‘Jij windt me op.’ Ze glimlacht, wolfachtig. ‘Ik jou ook.’ Mijn kut trekt samen, sap druipt al. Ze test me. ‘Zuigen onder tafel.’ Ik beef. Hartslag dreunt in mijn oren. Druk, urgentie. Wil haar nu, hier, bezitten. Warmte stijgt, huid gloeit.
De Koorts
Ze trekt me omlaag. Nappe slokt me op. Donker, warm. Haar rits ratelt. Jeans omlaag, string opzij. Haar geur slaat toe: muskus, zout, hitte. Ik duw mijn gezicht ertussen. Tong uit, lik. Zacht vlees, gezwollen lippen. Ze is drijfnat, sappen vloeien over mijn kin. Mijn pols hamert, bloed kookt. Ik zuig haar klit, hard knopje, rolt onder mijn tong. Ze kreunt gedempt. Mijn eigen kut pulseert, string doorweekt. Drang om te bezitten, te verslinden.
Fingeren. Twee vingers glijden in, soppend, strak. Ze knijpt, melkt me. Godver, haar warmte omsluit me. Tong cirkelt wild, razend. Dan: de gode. Ze frommelt ‘m naar me toe. Dik, rubber, nog van mij. Ik ram ‘m erin. Va-et-vient, diep, genadeloos. Haar dijen trillen, spieren spannen. Mijn hart explodeert bijna. Zweet parelt op mijn voorhoofd, hitte overal. Ik lik harder, zuig, bijt licht. Ze buckelt, servet in mond. Boy komt: ‘Escalopes?’ Ze hijgt: ‘Ja… aaaah!’
Het Vuur
Hij fluistert: ‘Wees discreet.’ Weg. Ik neuk door, tong en gode in razernij. Haar sappen gutsen, mijn mond vol. Mijn kut brandt, ik wrijf mezelf stiekem. Urgentie piekt. Bezit haar, nu. Ze komt: gil door servet, lichaam schokt. Ik drink haar, slik, geniet de zilte golf. Mijn huid gloeit, hart bonkt door. Ik klim op, rood aangelopen, lippen glanzend.
Drie kerels om tafel. ‘Wegwezen!’ Schaamte slaat toe, maar onderin: triomf. We betalen, rennen naar buiten. Lucht koel op hete wangen. Gode vergeten, lach erom. Haar hand in de mijne, warm, bezweet. Naar haar huis. Nog nahijgend, huid tintelend. Bernard weg uit gedachten. Dit is uniek, verslindend. As smeult, klaar voor meer vuur. (612 woorden)
Post Comment