Stoute Bekentenis: Redding en Rauwe Lust op het Naturistenstrand
De zon prikt door de wolken op het strand van Boyardville. Ik sleep hem uit het water, zijn natte polo plakt aan gespierde borst. Hij hoest, spuugt zand. Ik vergeet mijn naaktheid. Zijn kleren druipen, hij rilt. “Trek uit,” zeg ik schor. Mijn handen grijpen zijn bermuda, trek naar beneden. Zijn lul springt vrij, glad geschoren, perfect bruin. Mijn pik klopt al, huid gloeit.
Hij giechelt niet, staart. Ik droog hem met mijn handdoek, wrijf over zijn borst, tepels hard. Mijn vingers glijden lager, over zijn buik, raken zijn schacht. Hij zucht, wordt stijf in mijn hand. Warmte straalt van zijn huid. Mijn hart bonst als een hamer, bloed raast naar mijn lul. Ik veeg zijn pik schoon, langzaam, voel hem opzwellen. Precum glinstert. Ik durf, neem hem in mijn vuist, pomp zacht. Zijn adem stokt, ogen smeken.
De Koorts
Ik kniel, handdoek glijdt over zijn ballen, glad als zijde. Mijn pik staat rechtop, naakt voor hem. Hij grijnst, raakt me aan. Elektriciteit schiet door me heen. Vijf jaar frustratie kookt op. Zijn huid tegen de mijne, zweet vermengt zich. Urgentie knaagt, ik moet hem proeven. Mond open, tong over zijn eikel. Zout, muskus. Hij kreunt, duwt dieper.
Het Vuur
Ik zuig gulzig, neem hem diep. Zijn handen in mijn haar, stuwen mijn hoofd. Mijn lul druipt, ik pomp mezelf wild. Hij trekt me op, duwt me neer. Zijn mond sluit om mijn pik, heet, nat. Tong cirkelt, zuigt ballen leeg. Ik grom, heupen stoten. We rollen, 69, lullen diep in keelen. Speeksel druipt, ballen slaan tegen kin. Hartslag dreunt in oren, zweet gutst.
Het Vuur
Ik klim op, duw hem plat. Rij hem als een beest, zijn lul glijdt mijn keel in. Hij brult, spuit. Zaad golft heet, zout, ik slik gulzig, rest gutst over lippen. Ik ruk mezelf, explodeer op zijn borst, gezicht. Wit, dik, markeert hem. Hij likt, deelt mijn zaad in een kus. Tongen vechten, smaken mengen. Nog harder neuk ik zijn mond, hij mijn hand.
Hij draait me, likt mijn kont, vingert diep. Ik schreeuw, kom weer. Zaad spuit op zijn tong. Hij drinkt, kust me vol. Lichaam trilt, spieren branden. We hijgen, huid klam, pikken rood en nat.
De As
We zakken in elkaar, zand plakt aan zweet. Zijn hoofd op mijn borst, hartslag vertraagt. Zaad droogt korstig op huid. Ik streel zijn gladde rug, voel naschokken. Ruis van golven, zoutlucht. Vijf jaar dood leven weg. Dit is leven: rauw, verslindend. Zijn pik zakt, maar mijn hand blijft strelen. Hij mompelt: “Kom vaak.” Ik knik, beloof stil. Morgen werk, maar nu eeuwig. Huid gloeit na, herinnering brandt. We slapen in, naakt, bezeten.
Post Comment