Stoute Bekentenis: De Verovering van Valentine in het Second Empire

De privé-salon op de derde verdieping van het restaurant. Parijs twinkelt onder ons, duizend lichten als sterren in de nacht. Valentine zit tegenover me, haar blauwe robe spant om haar volle borsten. Het zware collier perlen duikt in haar decolleté. Wijn vloeit rijkelijk, zoet en verraderlijk. Haar wangen blozen, ogen glanzen. Ik vul haar glas bij, voel haar verdediging smelten. Na het dessert leid ik haar naar het raam. Achter haar staand, handen op blote schouders. Huid warm, zijdeachtig. Ze trilt licht. Mijn lippen raken haar nek, zout van zweet. Hart bonst razend tegen mijn borst. ‘Armand…’, zucht ze. Ik knijp in haar armen, duw dichterbij. Haar adem stokt. Handen glijden omlaag, vangen haar zware borsten. Tepels hard onder stof. Ze kreunt zacht, lichaam smelt. Ik ruk de robe omlaag, bevrijd die witte heuvels. Vlezig, vol. Ik knijg, zuig, bijt. Haar pols hamert onder mijn vingers. Verlangen kookt, rood en urgent. Ik wil haar nu, helemaal.

Het paravent schuift weg, bed lonkt. Ik duw haar neer, rokken omhoog. Geen slip, alleen tooi en blote dijen. Bosje krult wild. Ik duik ertussen, tong likt zilt vocht. Clitoris zwelt, groot en gulzig. Ze buckelt, gilt: ‘Nee!’. Maar benen spreiden. Ik zuig hard, vinger glijdt diep. Haar sappen vullen mijn mond, muskuszoet. Lichaam schokt, orgasme raast. Ze spuit, trilt oncontroleerbaar. Ik klim op, pik hard en kloppend. Ze zit op me, glijdt neer. Strak, nat, heet. Borsten pletten tegen mijn borst, tepels schrapen. Monden versmelten, tongen vechten. Ik grijp haar kont, stoot omhoog. Zweet gutst, huid klapt nat. Hartslag dreunt in oren. ‘Neem me!’, hijgt ze. Ik ram dieper, bezit haar kern. Spieren knijpen, melken me. Explosie bouwt, onstuitbaar. Ze komt weer, nagels in mijn rug. Ik spuit, vul haar, markeer als mijn.

De Koorts

We zakken in elkaar, huid gloeit na. Zweet plakt ons vast. Haar borst rijst en daalt hijgend. Ik streel haar buik, voel naschokken. Ogen half dicht, voldaan. ‘Wat deed je me aan…’, fluistert ze. Ik kus traag, proef ons mengsel. Lichaam loom, hartslag vertraagt. Ze nestelt, vingers op mijn borst. ‘Dit was… uniek.’ Warmte blijft sudderen, bezit volmaakt. Buiten Parijs slaapt, wij branden door. Ze is mijn prooi, eeuwig. Morgen meer, dieper. De as smeult nog.

Post Comment

You May Have Missed