Mijn Brandende Poker Bekentenis: De String en de Nacht in Orlando

Hôtel Regency, kamer 1522. Orlando’s neonlicht sijpelt door de gordijnen. Mijn huid gloeit nog van de tafel, van Toms blik op mijn string. Ik heb hem achtergelaten, dat briefje. Nu bonst mijn hart als een trommel. Deurklop. Scherp, insistent. Ik open, in mijn strakke jurk, zonder ondergoed. Tom staat daar, belman-uitstraling, maar ogen als wolf. ‘Charlie,’ gromt hij. Zijn adem ruikt naar bourbon en overwinning. Ik trek hem naar binnen. Deur slaat dicht. Zijn handen grijpen mijn heupen, ruw, hongerig. Mijn polsslag raast, bloed kookt. Ik duw hem tegen de muur, lippen crashen. Tongen vechten, zweet breekt al uit. Zijn vingers graven in mijn billen, tillen mijn jurk op. Bloot, nat, klaar. ‘Jij wint niet altijd,’ bijt ik in zijn nek. Hij lacht laag, draait me om. Rug tegen zijn borst, hand in mijn haar. Trekken. Pijn vermengd met hitte. Mijn tepels hard tegen stof. Urgentie bouwt op, rood waas voor ogen. Ik wil hem verslinden, nu.

Zijn mond op mijn hals, zuigend, bijtend. Ik kreun, laag, dierlijk. Jurk scheurt half, hij rukt hem omlaag. Borsten vrij, hij knijpt, trekt aan tepels. Pijn schiet door me heen, genot explodeert. Ik draai, kniel, ruk zijn broek open. Zijn pik springt tevoorschijn, hard, kloppend. Ik slik hem diep, keel vol, kokhalzend. Zout, hitte, zijn handen in mijn haar duwen harder. ‘Neem me,’ gromt hij. Ik sta op, duw hem op bed. Wijdbeens over hem, natte spleet wrijft zijn schacht. Langzaam zakken, vullend, rekken. Mijn kreun vult de kamer. Hij stoot omhoog, diep, genadeloos. Ritme bouwt, zweet druipt, huid klapt. Ik rij hem wild, nagels in zijn borst. Bloedrood krassen. Hij flippt me om, op handen knieën. Van achteren ramt hij, ballen slaan tegen me. Hand om mijn keel, knijpend. Adem stokt, orgasme bouwt als storm. ‘Kom voor me,’ beveelt hij. Ik schreeuw, spuitend, trillend. Hij pompt door, harder, tot hij explodeert, heet zaad vullend. We崩en neer, hijgend, verslonden.

De Koorts

Rust keert traag. Huid brandt nog, bezweet, rood van grepen. Zijn arm over me, zwaar. Hartslag zakt, maar echo blijft. Uniek, dit. Gevaarlijk genot, controle weg. Ik draai, kus zijn lippen zacht. ‘Goed gespeeld, Tom.’ Hij grijnst, vinger glijdt over mijn spleet, nat van ons. ‘Volgende hand?’ Fluister ik ja, maar morgen is toernooi. Dit was genoeg. Rauwe nacht, verslindend. Ik sluit ogen, huid tintelt na. Orlando, je hebt me gebroken en gemaakt.

Post Comment

You May Have Missed